Spelletjes

2022d6d

Topsporters zijn altijd wel een beetje getikt, een ieder op zijn eigen manier. De één gaat zich te buiten aan wilde avonturen in het nachtleven, de ander komt tot rust bij een potje vissen in de natuur. Er zijn er ook die uren lang kijken naar videobeelden van tegenstanders en deze tot in den treuren weten te analyseren. Één ding hebben ze echter allemaal gemeen: ze zijn verzot op spelletjes.

Wanneer voetballers een kaartje leggen, tennissers een bal hooghouden met iets anders dan hun tennisracket, doen ze dat allemaal vanuit de gedachte dat ze willen winnen. Ze willen de beste zijn, ook in een onderdeel dat ze niet louter door hun talent beheersen. Ze worden dan ook oprecht kwaad, indien ze door hun tegenstander – en dit keer letterlijk – worden afgetroefd, of wanneer de bal van hun voet springt tijdens het hoog houden, door die ene oneffenheid op hun schoen.

Er zijn spelers die uitdagingen graag aangaan, maar vaak gaan ze de confrontatie uit de weg.

Pilonnen zijn dan te klein om te kunnen raken vanaf de baseline, sprintduels zijn zinloos immers “we zitten toch niet op atletiek” ? Zeven maal de bal uit volle loop proberen te halen is kansloos daar de gymles op school ook al uitputtend was.

Soms komt het wel eens voor dat een speler om een herkansing vraagt na een verloren sprintduel. Er zijn er ook die vragen om een extra bal als de zevende bal een beetje ongelukkig aangespeeld was. Soms wil een speler na drie verloren games nog even die laatste game afmaken om er toch nog één te kunnen winnen.

Meestal zijn dat ook de spelers die bij een 5-2 achterstand in de derde set nog lang niet zijn afgeschreven, of moet ik zeggen afgetroefd …?

TwitterShare